Nieuwsarchief

Derk Jan Bult

ARMOEDE ONDER HUURDERS

Armoede onder huurders
17 mei 2017
Het College voor de Rechten van de Mens gaat in hun vandaag verschenen rapportage over armoede in Nederland uitgebreid in op de relatie tussen huisvesting en armoede. Ze noemen het tekort aan sociale huurwoningen en de hoog gestegen woonlasten voor sociale huurders als belangrijke oorzaken van armoede.

IStock
In het rapport spreekt het college van ‘grote problemen met betaalbaarheid van de woonkosten. Dit leidt onder andere tot steeds meer armoede en is ook een oorzaak van dakloosheid.’ Het gaat dan met name om de lage inkomens in de sociale huursector.
Problemen middeninkomens op de huurmarkt
Het College waarschuwt ook voor problemen in de vrije sector. Twee derde van de lagere middeninkomens kan een kale huur tussen 710,68 euro (de liberalisatiegrens) en 1000 euro per maand helemaal niet betalen. Zij komen echter niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en kunnen geen huis kopen vanwege de aanscherping van financieringsregels. Deze problemen doen zich in grote mate voor in de grote steden.
Groei dakloosheid
In 2016 heeft CBS twee reeksen cijfers gepubliceerd over dakloosheid. Uit een meerjarig overzicht dat in maart 2016 is gepubliceerd, blijkt dat het aantal daklozen in zes jaar tijd (van 2009 tot 2015) met 74% is gestegen van 18.000 naar 31.000. De cijfers uit december 2016 laten zien dat de toename stabiliseert. Bovendien blijven mensen langer aangewezen op de daklozenopvang omdat het aantal woningen waar zij terecht kunnen beperkt is.
Huren moeten omlaag
De Woonbond ziet in het rapport een bevestiging van de grote betaalbaarheidsproblemen in de huursector. ‘Steeds meer huurders kampen langdurig met armoede. Het roer moet echt om.’  De Woonbond pleit bij een komend kabinet dan ook voor een huurverlaging van 10%. Daarnaast moeten de huurprijzen in de vrije sector aan banden worden gelegd.
Bron: Woonbond

Huurders langdurig in armoede

PBL: huurders langdurig in armoede
21 maart 2017
Steeds meer huurders hebben te maken met langdurige armoede. Dat blijkt uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

IStock
Door stijgende woonlasten en achterblijvende inkomensontwikkeling zitten steeds meer huurders in de knel. Ruim een half miljoen hurende huishoudens had in 2015 een ‘betaalrisico’.
Meer huurders lang in armoede
Uit het PBL-onderzoek blijkt ook dat een groeiende groep huurders langdurig in armoede leeft. Van huurders die in 2009 een betaalrisico hadden had 37% dit vier jaar later nog steeds. Van de huurders die in 2012 een betaalrisico hadden, heeft maar liefst 55% dit vier jaar later nog steeds.
Betaalbaarheidsprobleem nog groter
Het PBL kijkt alleen naar huurders met een zogenoemd ‘betaalrisico’. Huurders die na betalen van de huur onvoldoende inkomen overhouden om noodzakelijke uitgaven voor levensonderhoud  te kunnen doen. ‘Huurders die moeten bezuinigen op sociale participatie, zoals lidmaatschap van een sportclub, vallen hier buiten. De groep huurders die door stijgende huurlasten moet bezuinigen en al jaren in de problemen zitten is dus nog veel groter,’ aldus Woonbonddirecteur Ronald Paping.
Huurverlaging is nodig
De Woonbond ziet in de cijfers een bevestiging van de noodzaak voor huurverlaging. Paping: ‘Steeds meer huurders kunnen de huur niet opbrengen en kampen jarenlang met armoede. Een komend kabinet mag dit niet negeren. Huurders zijn de afgelopen jaren keihard geraakt door het Haagse huurbeleid. Het roer moet echt om.’ De Woonbond pleit voor een huurverlaging van 10%.
Meldpunt Huuralarm
Huurders die door de fors gestegen huren in de problemen komen, kunnen een melding doen op ons Meldpunt Huuralarm. Deze meldingen helpen ons bij het agenderen van huurdersproblemen bij de Tweede Kamer.

Bron: Woonbond.nl

Nieuwe uitzonderingen inkomensafhankelijke huurverhoging

Nieuwe uitzonderingen inkomensafhankelijke huurverhoging
27 maart 2017
Dit jaar gelden er nieuwe regels voor de inkomensafhankelijke huurverhoging. Er is nog maar één inkomensgrens en er zijn nieuwe uitzonderingen.

IStock
Aan huishoudens met een inkomen tot €40.349,- mag maximaal een huurverhoging van 2,8% worden gevraagd. Huishoudens met een hoger inkomen kan maximaal 4,3% worden gevraagd.
Nieuwe uitzonderingen
Vanaf dit jaar geldt er een uitzondering van de inkomensafhankelijke huurverhoging voor AOW’ers en huishoudens van vier of meer personen. Voor hen geldt de maximale huurstijging  van 2,8% dus ook als hun inkomen boven de €40.349,- ligt.
Rechtszaak Gluurverhoging
De Woonbond is tegen de inkomensafhankelijke huurverhoging. De huurprijs wordt voor middeninkomens erg snel hoger, terwijl er vaak geen betaalbaar alternatief voor ze is. Daarnaast schendt de Belastingdienst de privacy van huurders door inkomensindicaties aan verhuurders te verstrekken. De Woonbond is daarom een rechtszaak tegen de ‘Gluurverhoging’ begonnen. De eerste zitting is op 3 juli 2017.

Bron: Woonbond.nl

Regeling huurverlaging bureaucratisch en ontoereikend

Regeling huurverlaging bureaucratisch en ontoereikend
3 februari 2017

Huurders die een extra, inkomensafhankelijke huurverhoging kregen en daarna te maken krijgen met inkomensdaling kunnen huurverlaging krijgen. De regeling die daarvoor moet zorgen is volgens de Woonbond bureaucratisch en ontoereikend.

De regeling houdt in dat de huurder eerst een schriftelijk voorstel tot huurverlaging moet doen bij zijn verhuurder. Hij moet verzoeken de meest recente extra huurverhoging ongedaan te maken, ingaande twee maanden na dagtekening verzoek. De huurder moet ook bewijzen dat het inkomen is gedaald. Met loonstroken of uitkeringsspecificaties. En met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen.
Bureaucratische ellende

De bureaucratische ellende begint als de verhuurder niet bereid blijkt de bewijsstukken te accepteren. Volgens wettelijke regels zijn verhuurders dit niet verplicht. De huurder moet dan naar de Huurcommissie. De procedure daar vereist dat de inkomensdaling wordt bewezen met inkomensverklaringen die nog niet beschikbaar zijn. Het kan tot anderhalf jaar duren voordat de Belastingdienst die verklaringen kan leveren. Tot die tijd kan de huurverlaging nog niet ingaan. In de tussentijd kan de verhuurder weer een nieuwe inkomensafhankelijke huurverhoging vragen. Daartegen moet de huurder dan opnieuw in bezwaar.
Blok: regeling huurverlaging afdoende

Minister Blok schreef onlangs een brief aan de Tweede Kamer (externe link) waarin hij de regeling voor huurverlaging evalueert. Hij noemt de regeling ‘afdoende om een redelijke prijscorrectie na inkomensdaling na eerdere inkomensafhankelijke huurverhoging(en) te waarborgen’. In de brief gaat hij in op een enquête onder woningcorporaties, waaruit zou blijken dat die de regeling soepeler toepassen dan wettelijk vereist. Daarmee bedoelt hij dat verhuurders niet altijd verlangen dat de inkomensdaling wordt bewezen met stukken die nog niet leverbaar zijn. De ‘waarborg’ waar Blok het over heeft is dus niet te danken aan wettelijke regels, maar aan goedwillende corporatiemedewerkers.
Woonbond: regeling is ontoereikend

Volgens de Woonbond zorgt de regeling er ook niet voor dat huurders na inkomensdaling weer betaalbaar kunnen wonen. Wie vier jaar op rij extra huurverhoging kreeg, heeft een huur die fors is opgelopen. Dat de meest recente extra huurverhoging wordt teruggedraaid maakt dat maar ten dele goed, want iedere nieuwe huurverhoging tikt bij deze huurders harder aan. Een huurverhoging is altijd een percentage van de huidige huurprijs. 2% van een huur die al tot € 600 is gestegen tikt harder aan dan 2% van een huur die nog steeds € 540 bedraagt. Zo blijven huurders die met een inkomensdaling te maken krijgen nog jaren bloeden voor een wat hoger inkomen in het verleden. Zelfs als zij met succes een beroep op de regeling huurverlaging hebben gedaan.

bron: Woonbond

Enorme huurstijgingen door kabinetsbeleid

Enorme huurstijgingen door kabinetsbeleid
2 februari 2017

Het huurbeleid van het huidige kabinet heeft gezorgd voor forse huurstijgingen in de sociale huursector.
De stijging van de gemiddelde huurprijs in de sociale huursector.

Gemiddeld stegen de huren met 15%. Dat betekent dat een sociale huurder inmiddels per jaar gemiddeld € 816,- meer betaalt dan in 2012. De gemiddelde sociale huurprijs lag daarmee in 2016 op € 525,- per maand.
Steeds meer huurders kunnen de huur niet opbrengen

De stijgende huren zorgen er ook voor dat steeds meer huurders niet rond kunnen komen. Het aantal huurders met een huurprijs die te hoog is voor hun inkomen is inmiddels gestegen naar 18,3% (huishoudens) in 2015. Dat komt neer op 528.000 huishoudens.
Verhuurderheffing grote boosdoener

Om de verhuurderheffing te kunnen betalen hebben verhuurders vanaf 2013 veel hogere huurverhogingen kunnen doorvoeren. Voor het aantreden van Rutte II in 2012 lag de prijs voor een sociale huurwoning gemiddeld nog op € 457,- per maand.
Minder sociale huurwoningen

Het aantal nieuw gebouwde woningen kelderde. Bouwden corporaties in 2010 nog bijna 30.000 woningen, in 2015 waren dit er nog maar 16.400. Tegelijkertijd zijn er wel veel sociale corporatiewoningen verdwenen door sloop, liberalisatie of verkoop. Tussen 2009 en 2015 zijn er 262.000 sociale corporatiewoningen verdwenen.
Breken met beleid van Blok

‘De verhuurderheffing is een ramp gebleken voor de sociale huursector, een nieuw kabinet moet een streep zetten door deze onrechtvaardige belasting voor sociale huurders,’ aldus Woonbonddirecteur Ronald Paping. ‘Huurders kunnen de huur vaak amper opbrengen. De huurprijzen moeten omlaag, en er moet gebouwd worden om woningzoekenden aan een onderdak te helpen. Er moet radicaal gebroken worden met het beleid van de afgelopen jaren.’

Bron: Woonbond

Verwarring over datum bij ledenwerfactie HVL

Wij merken dat er toch nog verwarring is met betrekking tot onze ledenwerf actie. Onze folder is vrij duidelijk en als u dit volgt kan er niets fout gaan. De datum van 31 december 2016 heeft hier niets mee te maken en is niet op toekomstige leden van toepassing.
Dus meld u aan en na veertien dagen kunt u gewoon het telefoonnummer bellen en aangeven dat u lid bent geworden van de HVL. Men zal u daarna vragen om een code welke u ook kunt vinden op de bijgesloten informatie van de zorgverzekeraars.

PERSBERICHT NEDER-BETUWE

 

 

 

 

P E R S B E R I C H T

28 november 2016

Nr. 016-202

 

 

Gemeente Neder-Betuwe, Stichting Woningbeheer Betuwe en Huurdersvereniging Lingewaarden ondertekenen ‘Prestatieafspraken 2017-2021’

 

Maandag 28 november ondertekenden wethouder Hans Keuken van gemeente Neder-Betuwe, Johan Heesen, directeur-bestuurder van Stichting Woningbeheer Betuwe (SWB) en Derk-Jan Bult, voorzitter van Huurdersvereniging Lingewaarden, nieuwe prestatieafspraken.

Doel is het borgen van de beschikbaarheid van voldoende betaalbare en duurzame woningen voor diegenen in de gemeente die niet zelfstandig in de woonbehoeften kunnen voorzien.

 

Aansluiting

De winstpunten van de geactualiseerde prestatieafspraken ten opzichte van de huidige zijn: aansluiting bij de Woonvisie 2016-2021 en aansluiting bij de huidige realiteit (economie, wet- en regelgeving).

De laatste maanden hebben gemeente en SWB om tafel gezeten om in goed overleg de actualisatie van de afspraken op papier te krijgen. Hierbij heeft de gelijkwaardigheid van de partijen centraal gestaan.
De nieuwe prestatieafspraken gaan over de kwaliteit van woningen, zowel nieuwbouw als bestaande voorraad. De afspraken gaan ook over de verhuur van woningen waarbij doelgroepen, beschikbaarheid en betaalbaarheid belangrijk zijn. Verder gaan de prestatieafspraken over duurzaamheid en over sociaal beleid.

 

Huurdersvereniging Lingewaarden ondertekent ook

Neder-Betuwe en SWB maken al sinds 2009 prestatieafspraken. De Prestatieafspraken 2013-2017 lopen binnenkort af, waardoor de noodzaak tot het maken van nieuwe prestatieafspraken actueel is. Daarnaast stelt de Woningwet 2015 nieuwe eisen, zoals de betrokkenheid van de huurdersvertegenwoordiging.

Na verschijning van de nieuwe Woonvisie (in februari 2016) is in gezamenlijk overleg tussen gemeente en SWB besloten om nieuwe prestatieafspraken te maken voor de duur van vier jaar, met concrete prestatieafspraken voor 2017, die jaarlijks worden geactualiseerd. Het is voor het eerst dat ook een vertegenwoordiger van de huurdersvereniging de prestatieafspraken ondertekent.            .

 

Jaarlijks monitoren

Jaarlijks wordt gemonitord of de afspraken zijn behaald én wordt gekeken of de afspraken binnen de lokale woningmarkt en de mogelijkheden van SWB en gemeente nog wel realistisch en haalbaar zijn.

 

 

 

Bijlage: foto, vrij van rechten (gemeente Neder-Betuwe)

 

De ondertekening onder toeziend oog van (geheel links) de heer W. van Kuilenburg (huurdersvereniging) op 28 november 2016 door Derk-Jan Bult namens Huurdersvereniging Lingewaarden, Hans Keuken namens gemeente Neder-Betuwe en Johan Heesen namens Stichting Woningbeheer Betuwe.

 

_________________________________________________________________________________________

Voor de pers, niet voor publicatie:

 

Meer informatie:

Bureau Communicatie & Voorlichting

Telefoon: 14 0488

E-mail: communicatie@nederbetuwe.nl

PERSBERICHT GEMEENTE BUREN

PERSBERICHT GEMEENTE BUREN

 

Maurik, 3-1-2017

 

Prestatieafspraken bezegelen samenwerking over wonen

 

Op 7 december ondertekende wethouder Klein de prestatie-afspraken met SWB, KleurrijkWonen, de Bewonersraad Tiel/Buren en Huurdersvereniging Lingewaarden. De gemeentelijke woonvisie is de basis voor afspraken met de corporaties en de huurdersorganisaties. Het is de eerste keer dat gemeente op deze manier met deze vier partijen afspraken maakt.

 

Volgens de Woningwet 2015 moet een corporatie haar voorgenomen werkzaamheden voor te leggen aan de gemeente en hierover prestatieafspraken maken. De gemeenteraad stelde in 2014 de Woonvisie gemeente Buren 2014-2020 vast. Die visie is dan ook de basis voor de afspraken die de partijen vandaag ondertekenden.

 

De partijen maakten afspraken op hoofdlijnen voor de periode tot en met 2020. Daarnaast volgt er per jaar een inhoudelijk jaarplan. Het algemeen deel en het jaarplan 2017 zijn nu dus ondertekend.  Twee belangrijke onderwerpen in het jaarplan zijn de kernvoorraad huurwoningen en de huisvesting van statushouders.

 

Kernvoorraad huurwoningen

Een belangrijk onderwerp in de prestatieafspraken is uiteraard de kernvoorraad huurwoningen. De kernvoorraad huurwoningen is het aantal woningen dat de corporatie moeten hebben om ervoor te zorgen dat huishoudens met een laag inkomen in de gemeente kunnen wonen.

 

Het lijkt erop dat de huurwoningmarkt aantrekt. Dat is dan ook de reden dat we in 2017 samen met SWB en KleurrijkWonen in gesprek gaan over de gewenste omvang van de kernvoorraad in de gemeente Buren en de wijze waarop die gewenste omvang bereikt kan worden of gehandhaafd kan blijven.

 

Huisvesting statushouders

Een ander belangrijk onderwerp dat we met de corporaties bespraken is de huisvesting van statushouders. De gemeente krijgt een taakstelling opgelegd voor de huisvesting van statushouders. We spraken met de corporaties af dat zij er voor zorgen dat zij woningen beschikbaar stellen voor de huisvesting van statushouders. Als de taakstelling zoveel toeneemt, dat dat ten koste gaat van andere woningzoekenden, zoeken we in overleg met de corporaties naar passende maatregelen.

 

———————————————————EINDE PERSBERICHT———————————————–

 

ZELFSTANDIG WONEN LASTIG VOOR MENSEN MET BEPERKING

Zelfstandig wonen vaak lastig voor mensen met beperking | woonbond.nl

Zelfstandig wonen vaak lastig voor mensen met beperking

21 december 2016

Veel mensen met een beperking of  aandoening ondervinden problemen bij het zelfstandig wonen. Dit blijkt uit een gezamenlijke meldactie van patiënten- en cliëntenorganisaties. Er zijn te weinig geschikte woningen, eenzaamheid komt veel voor en de brandveiligheid is sterk onvoldoende.

Niet alleen ouderen, maar ook mensen met een beperking, chronische ziekte of psychische aandoening moeten vanwege het huidige overheidsbeleid zoveel mogelijk zelfstandig (blijven) wonen. Ieder(in), het Landelijk Platform GGz en de Patiëntenfederatie NPCF hielden gezamenlijk een meldactie om ervaringen te verzamelen van mensen met een beperking of aandoening. Uit de meldactie, waaraan 4600 mensen van allerlei leeftijden en met verschillende soorten beperkingen deelnamen, blijkt dat zelfstandig wonen lang niet altijd vanzelf gaat.

Te weinig geschikte woningen

Bijna de helft van de deelnemers liet weten dat hun woning eigenlijk niet geschikt is. Maar verhuizen is moeilijk omdat er te weinig keuze is in geschikte woningen. Een deelnemer meldt: “Voor een aangepaste woning kan ik hier alleen terecht in een instelling voor ouderen of verstandelijk gehandicapten. Terwijl ik 41 ben en uitsluitend een lichamelijke beperking heb.” Veel mensen zijn dus aangewezen op woningaanpassingen. Ruim een derde geeft aan dat het ondanks aanpassingen behelpen blijft en dat er betere aanpassingen nodig zijn.

Gebrek aan ondersteuning

Ook het gebrek aan ondersteuning blijkt regelmatig een probleem. Ruim dertig procent van de melders vindt dat er onvoldoende hulp geboden wordt bij het schoonmaken van het huis. Bijna veertig procent van de mensen met een verstandelijk beperking ervaart gebrek aan hulp bij het structuur aanbrengen in de dag.

Veel eenzaamheid

Uit de meldactie blijkt verder dat eenzaamheid veel voorkomt: 14% voelt zich vaak of altijd eenzaam. Voor mensen met een verstandelijke beperking of psychische aandoening ligt dat percentage nog een stuk hoger: 29% respectievelijk 40%. Deze beide groepen hebben vaak ook weinig contacten in de buurt en voelen zich vaak niet echt thuis in hun buurt.

Brandveiligheid onvoldoende

De meldactie maakt duidelijk dat brandveiligheid extra aandacht behoeft nu steeds meer mensen met een beperking of aandoening - waaronder veel ouderen - zelfstandig wonen. Slechts 53% weet hoe je de woning bij brand moet verlaten. Kenmerkend  citaat: “Bij brand mag je de lift niet gebruiken, maar ik kan niet trappenlopen…” Bijna een kwart van de mensen heeft geen enkele voorziening; dus geen  rookmelder, brandblusser of vluchtplan.

Aanbevelingen voor beleid

In het rapport 'Wonen voor Iedereen' (externe link), met de resultaten van de meldactie,  staan ook aanbevelingen om de geconstateerde problemen te verhelpen. Er moeten veel meer woningen worden gebouwd die makkelijk aanpasbaar zijn en ‘levensloopbestendig’. En woningcorporaties moeten renovaties aangrijpen om woningen geschikt te maken. Verder is er  gerichte ondersteuning nodig voor mensen die last hebben van eenzaamheid, zoals hulp bij het leggen van contacten.

Om de brandveiligheid te verbeteren moeten er speciaal voor deze kwetsbare groepen nieuwe vormen van voorlichting worden ontwikkeld. Bijvoorbeeld voorlichting op maat door een wijkbrandweerman.

Tot slot pleiten de organisaties ervoor dat ‘wonen’ ook ter sprake komt in het ‘keukentafelgesprek’ als mensen ondersteuning aanvragen bij hun gemeente. Het verhelpen van knelpunten in het wonen, heeft een groot effect op het welzijn van mensen en vermindert hun afhankelijkheid van voorzieningen.

bRON:WOONBOND